Wat is de primaire, secundaire en tertiaire structuur van een eiwit?

De opbouw van een eiwit kun je beschouwen in een aantal aparte deelstructuren. De kleinste ordening noemen we de primaire structuur.

Primaire structuur

De volgorde en het aantal van elk soort aminozuur dat voorkomt in een eiwit noemen we de primaire structuur van dit eiwit. De primaire structuur is dus een streng aan elkaar gekoppelde aminozuren in een bepaalde volgorde. Primaire structuren zijn karakteristiek voor elk eiwit.

Secundaire structuur

De primaire structuur van een eiwit kan op een aantal manieren een ruimtelijke vorm aannemen. Zo kan de streng aminozuren de vorm van een spiraal hebben (α-helix) of de vorm van een glooiend vlak (β-sheet). Het glooiende vlak ontstaat doordat de polypeptideketen evenwijdige lussen vormt.
De spiraal- en plaatstructuren worden door waterstofbruggen in hun ruimtelijke vorm gehouden.

Tertiaire structuur

Ook de helixen en de β-sheets van de secundaire structuur kunnen een ruimtelijke vorm aannemen. Zo kan de tertiaire structuur een vezel- of kluwenstructuur aannemen.
Bij de tertiaire structuur spelen waterstofbruggen en zwavelbruggen een grote rol. Zwavelbruggen zijn atoombindingen die kunnen optreden tussen cysteïnefragmenten die binnen de keten vaak ver van elkaar zijn verwijderd.

Opmerking: als een eiwit is opgebouwd uit een aantal sub-eenheden, spreken we van een quarternaire structuur. Veel eiwitten (zoals enzymen) hebben een dergelijke structuur.

De verschillende deelstructuren van bijvoorbeeld een hemoglobine-molecuul vind je in binas-tabel 67 H2.